Vraag en antwoord

In Nederland spraken we maatregelen af in het Klimaatakkoord. We gaan met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. Zo voorkomen we dat de aarde met meer dan twee graden Celsius opwarmt en we overal serieuze problemen krijgen. Daarvoor moeten we minder energie gebruiken. En de energie die we gebruiken, moeten we duurzaam opwekken.

De afspraken uit het Klimaatakkoord vragen om maatwerk. Waar past het duurzaam opwekken, de opslag en het transport van warmte en elektriciteit in ons land? Zowel boven als onder de grond. Ruimte is schaars. En: hoe houden we alle maatregelen betaalbaar? 

De RES beschrijft:  

  • hoeveel grootschalige duurzame elektriciteit op land – wind of zon – kan worden opgewekt en waar
  • hoe warmtebronnen in de regio het best kunnen worden verdeeld en benut
  • hoeveel energie er kan worden opgeslagen en getransporteerd met het energienetwerk
  • hoe wordt gezorgd voor voldoende draagvlak in de samenleving

Ja, klimaatverandering is van alle tijden. De meeste wetenschappers zijn het er echter over eens dat de veranderingen van de laatste decennia niet meer uitsluitend door natuurlijke variaties komen, maar vooral door de mens. Het klimaat is aan het veranderen wat zich uit in de opwarming van de aarde. Als we nu niets doen, gaat het echt mis met onze planeet. Daarvan hebben we allemaal last, vooral onze kinderen en kleinkinderen. Ook in Drenthe zijn de meeste mensen daarvan overtuigd. Uit een peiling van de provincie blijkt dat 76 procent van de Drenten vindt dat klimaatverandering bestaat. Zo staat 52 procent van de Drenten achter de maatregel om voor 2050 te stoppen met het gebruik van aardgas.

Het Klimaatakkoord en daarmee de RES is een samenwerking tussen het Rijk, de decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De energietransitie kan alleen slagen door samenwerking tussen deze partijen.

De Concept RES wordt op 1 juni 2020 uiterlijk 1 oktober 2020 aangeboden aan het Nationaal Programma RES (NP RES). De RES 1.0 wordt op 1 juli 2021 aangeboden aan de NP RES.

Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030. Elke 2 jaar is er een update. De RES 2.0 is een nadere uitwerking en mogelijke herziening van de RES 1.0.

De (Concept) RES heeft geen juridische status. Er kunnen daarom geen rechten aan worden ontleend. De RES moet juridische status gaan krijgen in de verankering in het instrumentarium van de Omgevingswet. De RES 1.0 wordt bestuurlijk vastgesteld door de gemeenteraden, provinciale staten en algemeen besturen van de waterschappen. Daarmee is de RES 1.0 bestuurlijk bindend en heeft het de status van een beleidsstuk.

RES-regio Drenthe is één van de 30 energieregio’s. Elke RES-regio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord zie zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES.

De doelstelling van de RES voor elektriciteit is tenminste 35 Terawattuur (TWh) hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land in 2030. Dit is gebaseerd op de nationale CO2-reductiedoelstelling van minimaal 49%. Iedere RES-regio dient een substantiële bijdrage te leveren aan deze landelijke doelstelling.

In het Klimaatakkoord is de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in 2030 bepaald. De 35 TWh is gebaseerd op berekeningen om de CO2-emissie met ten minste 20,2 Mton te verminderen. Dat is een CO2-emissie van 14 procent. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh; 35 TWh op land en 49 TWh wind op zee.

De decentrale overheden ontwikkelen samen een verdeelsystematiek voor het geval landelijk de 35 TWh niet halen. Deze verdeelsystematiek is Route35 genoemd: de route om tot 35 TWh te komen. De besturen van IPO, VNG en de UvW besluiten over de verdeelsystematiek. Zij hebben elk een bestuurder afgevaardigd voor de stuurgroep Route35.

Het gaat hier om het opwekken van elektriciteit zonder het gebruik van fossiele brandstoffen uit wind en zon. Voor de RES is er bij installaties voor zonne-energie een ondergrens van 15 kW. Zon- en windinstallaties die eerder zijn geplaatst als gevolg van eerder gemaakte afspraken uit het Energieakkoord, tellen mee.

1 TWh komt overeen met:

- 45 á 70 windturbines van 5,6 MW of

- 85 á 115 windturbines van 3,6 MW of

- 850 á 1100 hectare zonnepark (oost-west oriëntatie) of

- 1400 á 1500 hectare zonnepark (zuid-oriëntatie)

De opgaven voor elektriciteit en warmte moeten ruimtelijk worden vertaald naar zoekgebieden en locaties. Ruimte is echter schaars. Heel Nederland is al belegd met functies, zoals natuur, woningbouw en bedrijventerreinen. De energietransitie concurreert met andere functies, opgaven en belangen die om ruimte vragen. Niet alles kan zomaar overal. Voor de energietransitie moeten daarom keuzes en afwegingen worden gemaakt in samenhang met andere opgaven.

De productie van hernieuwbare elektriciteit uit biomassa en biogas wordt niet meegeteld voor de nationale doelstelling van 35 TWh. Over het gebruik van biomassa als energiedrager en grondstof worden nadere afspraken gemaakt met andere klimaatsectoren.

Waterkrachtcentrales worden niet meegeteld in de RES.

In het Klimaatakkoord wordt uitgegaan van een autonome groei van 7 TWh kleinschalige zon-op-dak. Indien meer opwek via kleinschalige zon wordt gerealiseerd dan de autonome 7 TWh, mag het extra vermogen meegerekend worden als extra ambitie bovenop de 35 TWh.

Voor 2050 moeten 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen goed worden geïsoleerd en van duurzame warmte en schone elektriciteit worden voorzien. Gemeenten hebben een regierol in de lokale warmtetransitie. Elke gemeente stelt een Transitievisie Warmte (TVW) vast. Deze TVW bevat plannen voor het isoleren en/of aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Het gaat tot en met 2030 in totaal om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen. De TVW vormt de basis voor het Uitvoeringsplan (op buurt- of wijkniveau). In dit Uitvoeringsplan besluiten gemeenten over het alternatief voor aardgas. De Regionale Structuur Warmte als onderdeel van de RES vormt input voor de TVW’s en Uitvoeringsplannen.

In het RES Afwegingskader, onderdeel van de Handreiking 1.1, wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van de Concept RES. De hoofdstukken in de Concept RES zijn:

- Kwantiteit elektriciteit

- Kwantiteit warmte

- Optimaal ruimtegebruik

- Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak

- Energiesysteemefficiëntie

De Handreiking is te vinden op http://www.regionale-energiestrategie.nl en op deze website.

 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) adviseert het Nationaal Programma RES (NP RES) over alle Concept RES’en van de 30 RES-regio’s, waaronder de RES-regio Drenthe. Het PBL is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyse op het gebied van milieu, natuur en ruimte.

PBL analyseert de kwantiteit en kwaliteit van de Concept RES en focust de analyse op bovenregionale en nationale aspecten, dus niet afzonderlijk per regio. Als het gaat om kwantiteit kijkt PBL naar wat de regio’s kunnen opwekken in TWh. Zo wordt gekeken of het doel van 35 TWh binnen bereik ligt. De regio’s en ook PBL geven hierbij aan welke belemmeringen er zijn, waardoor ambities mogelijk niet kunnen worden gehaald. Ook wordt gekeken naar de vragen: hoe verhouden de huidige en verwachte warmtevraag en- aanbod zich tot elkaar, is de benodigde infrastructuur aanwezig en hoe komen gemeenten binnen een regio en mogelijk over regiogrenzen heen tot een gedragen en efficiënte aanpak? Bij kwaliteit gaat het om bestuurlijk draagvlak: in hoeverre zijn democratisch gekozen besturen geïnformeerd? En maatschappelijke betrokkenheid: in hoeverre hebben of krijgen burgers en bedrijven een stem in het opstellen en later ook het uitvoeren van de RES?

Met de analyse ontstaat een totaalbeeld van de ruimtelijke inpassing, impact voor het netwerk en het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak in deze fase van de RES. PBL zal ook oplossingsrichtingen schetsen voor de belangrijkste knelpunten die het bereiken van het doel kunnen belemmeren. Inzichten over verschillen tussen regio’s zullen in dat kader worden meegenomen.

De energietransitie heeft de komende jaren grote invloed op het leven van alle Nederlanders. Deze invloed is op ruimtelijk, financieel en sociaal vlak merkbaar. De transitie brengt zichtbare ingrepen in de fysieke leefomgeving met zich mee, bijvoorbeeld door aanpassingen in en om woningen en door de komst van windturbines en zonneparken. Voor het slagen van deze ingrepen is het van belang dat belanghebbenden betrokken zijn bij de energietransitie en zich vertegenwoordigd voelen in de besluitvorming hierover. In de RES-regio Drenthe zijn de gemeenten primair verantwoordelijkheid voor communicatie en participatie omtrent de energietransitie, waaronder de RES.

In de Concept RES en RES 1.0 worden in ieder geval afspraken van de sectortafels Gebouwde Omgeving en Elektriciteit uitgewerkt. Iedere regio bepaalt zelf of de opgaven van de sectoren Landbouw/Landgebruik, Mobiliteit en Industrie ook worden meegenomen in de RES. Het kan grote voordelen hebben om deze sectoren mee te nemen, omdat ze vaak samenhangen met de opgaven voor de gebouwde omgeving en elektriciteit.

Handreiking 1.1 en RES Afwegingskader van het Nationaal Programma RES  http://www.regionale-energiestrategie.nl/handreiking Op pagina 106 van de handreiking staat een overzicht van relevante ondersteuningsproducten voor de RES.

Leidraad Transitievisie Warmte http://www.expertisecentrumwarmte.nl

WarmeAtlas http://www.warmteatlas.nl

Programma Aardgasvrije Wijken http://www.aardgasvrijewijken.nl

Expertise Centrum Warmte http://www.expertisecentrumwarmte.nl

- Netimpact-bepalingsproces

Cookie-instellingen